Cultuurlandschap en verrassingen van Toscane
Toscane voldoet helemaal aan je verwachtingen, vooral het grote Chiantigebied, dat van Pistoia en Florence in het noorden tot aan Siena en Montepulciano in het zuiden loopt. Maar Toscane zit vol verrassingen en de natuur is er heel gevarieerd.
Borrelende bronnen
Het Toscaanse landschap is het verrassendst helemaal in het zuiden bij het Bolsenameer, waar de vulkanische oorsprong duidelijk te zien is in de vorm van bruine dorpjes op de top van vulkanische tufsteenrotsen. Op veel plaatsen komen warme bronnen uit de grond borrelen. In de metaalhoudende Colline Metalliferebergen tussen de Middeleeuwse stadjes Volterra en Massa Marittima kom je door verlaten, zwavelgele en roestbruine gebieden, waar ooit koper, ijzer, lood en zilver gedolven werden. In Lardello komt stoom uit de grond. Daar staat een van de grootste geothermische energiecentrales van Italië.Algemener is het gebruik van de warme bronnen die op veel plaatsen in Toscane opborrelen. Het bekendst zijn de kuursteden Montecatini Terme en Chianciano Terme met hun vele kuurhotels die behandelingen tegen allerlei ziekten bieden. De gewone toerist kan gratis terecht in bijvoorbeeld Satúrnia en Bagni di Petriolo.
Nationale parken
Slechts 4 van de 22 nationale parken van Italië liggen in Toscane, Umbrië en Marche. Twee ervan vind je in de afgelegen bergen tussen Toscane en Emilia-Romagna, namelijk de Appennino Tosco-Emiliano in Garfagnano en Foreste Casentinesi, Monte Falterona en Campigna ten oosten van Florence. Dit laatste park is met 360 km² een van de grootste bosgebieden van Italië. In de donkere, dichte begroeiing kom je wolven en wilde zwijnen tegen en vind je verborgen kloosters, zoals Camaldoli.In Umbrië en Marche vind je niet veel vlak gebied, want hier ligt de ruggengraat van Italië, de Apennijnen, die bestaat uit ontelbare heuvels en bergen. De bergen zijn het hoogst op de grens tussen Umbrië en Marche, waar in het nationaal park Monti Sibillini de Monte Vettore ligt. Monte Sibillini is met 700 km² het grootste nationale park in deze omgeving.
Het vierde en laatste nationale park is de hele Toscaanse archipel in de Tyrreense zee. Eilanden als Elba, Giglio, Montecristo, Capraia, Gorgona, Pianosa en Giannutri zijn allemaal beschermd als een 177 km² groot nationaal park. Maar de bescherming van het omringende zeeoppervlak van 615 km² is net zo belangrijk.
Regionale parken
Naast de vier nationale parken zijn er legio parken die door de regio’s zelf beschermd worden. Wandel je graag, dan bestaat er bijna geen betere plek dan het regionale park van de Apennijnen aan de Toscaanse Rivièra. Hier heb je zowel een mooi uitzicht als dichte, groene loofbossen met beuken, eiken, hazelaars en kastanjebomen. In de omgeving van Carrara liggen indrukwekkende, witte marmergroeven.Verder naar het zuiden, bij Grosseto, is het kustgebied bijna helemaal vlak. Maremma werd ooit geplaagd door moeras en malaria, maar nu zie je er vee en wilde paarden in het Natuurpark Maremma, een beschermd gebied met onbedorven kusten en een rijk dieren- en vogelleven.
Vogels spotten
Vogelliefhebbers halen hun verrekijkers ook tevoorschijn in vogelbeschermingsgebieden als Lago di Burano, de Orbetellolagune en Parco Fluviale del Tevere aan de Tiber, dat zijn hoogtepunt bereikt bij het Alvianomeer ten zuiden van Orvieto en dat beschermd wordt door het Wereldnatuurfonds. Het moerasgebied is een rijke voedingsbodem voor broedvogels en een belangrijke rustplaats voor trekvogels.Een van de voordelen van de nationale en regionale parken is dat de natuur wordt beschermd tegen jagers. Want ook al is het cultuurlandschap met de wijnranken, olijfbomen, cipressen en pijnbomen minstens net zo aantrekkelijk als de wat wildere natuur, tijdens het jachtseizoen kunnen wandelingen daar je wat meer stress bezorgen.
Wat ruist daar…
Grote, groene hagedissen schieten langs je benen en verstoppen zich ritselend bij met klimop bedekte muurtjes. Je hoort de kreten van gierzwaluwen wanneer je door de middeleeuwse stadjes rijdt. Cicades geven graag een nachtenlange toegift, terwijl vuurvliegjes in stilte indruk maken met hun kleine lichtstraaltjes.Overal zijn er veel wilde zwijnen, maar die laten zich bijna niet zien. Je komt over het algemeen maar weinig wilde dieren tegen. Meer kans op het zien van wilde dieren maak je als je een wandeling maakt in Natuurpark Maremma. Behalve zwijnen zie je in de nationale parken van de Apennijnen ook veel stekelvarkens, vossen, dassen, trekvalken, adelaars, gemsen en misschien wel wolven.

Wil je meer lezen? Bekijk dan de 100 % Toscane, Umbrië & Marche gids. Deze gids neemt je mee naar Florence, Siena en interessante plekken in de rest van Toscane van noord tot zuid. Tevens voert de gids je naar het minder toeristische Umbrië en Marche.
Bestel dit boek >>
