De kunst van het overnachten in een klooster in Japan

De kunst van het overnachten in een klooster in Japan
REISVERHAAL - Marc: “Een uurtje of twee van Kyoto vandaan ligt een magische berg bezaaid met kloosters, tempels en een begraafplaats. Dit is het beeld wat bij me op kwam toen ik een vermelding van Koyasan (meneer de Koya berg) tegen kwam op het net. Verder liet de website mij weten dat het mogelijk was om te overnachten bij de boeddhistische kloosters (een shukubo).”

Met deze informatie ben ik binnengestapt in het toeristenbureau van Kyoto. Zij wisten gelukkig precies wat ik bedoelde en een groot reserveringsboek werd tevoorschijn gehaald. Na wat bellen was er een kamer gereserveerd in een klooster in het dal van Koya. Samen met een bevestiging van de reservering kreeg ik ook een uitgebreide reisbeschrijving mee, want dit was niet makkelijk. Eerst met de trein naar een vreemde uithoek (Gokurakubashi), van daar uit met een kabeltrein Koyasan omhoog om vervolgens verplicht een bus richting het dal te nemen. Verplicht, want het is verboden hier langs de weg te lopen. Al met al, een leuke ervaring, want buiten de grote steden houdt het snel op met namen die op zijn westers geschreven zijn.

‘Ons’ klooster

Vanaf de bushalte had ik snel ‘ons’ klooster gevonden. De aardige monniken, die geen woord Engels spreken, hadden mijn huislijke slofjes al klaar gezet. Ik voelde me onmiddellijk thuis ondanks het eveneens niet te volgen lijstje (Engrish blijft leuk) met regeltjes die er golden in huis. De traditionele kamer was een zestal tatami matten groot, duvets lagen er in de kast en in een hoek van de kamer was ons eigen minialtaar.

Het klooster had zes gasten kamers en gedeelde badfaciliteiten, zoals overal in Japan. Het complex was omringd door een mooie tuin vol met bloemen, bomen en beeldjes. Het enige vreemde waren de Tweede Wereldoorlog foto’s van piloten en soldaten die de zit hoek opsierde.

Het ochtendgebed

Na wakker te zijn geschreeuwd door de haan was het snel aankleden om op tijd aan te treden voor het ochtendgebed. We noteren 06.00 uur op de klok. In de wierrokerige tempel, op mijn knieën, ervoer ik een totaal onbegrijpelijk dienst met wat gezang, muziek en kruidenzegens. Aan het einde van het gebed was er tijd voor een discussie met de hoofdmonnik, die nog enigszins wat Engels sprak, over de belangrijke zaken des levens. Hierna werd een overheerlijk Japans ontbijtje geserveerd wat in stilte dient genoten te worden. Het is allemaal shojin ryori, monnik proof vegetarisch dus.

In Koja is verder niet veel te doen dan tempels bezoeken (zoals de Garan van Kobo Daishi) en relaxed wandelen. Ook al vond de meneer van de lokale VVV dat we echt geschift waren om bij 35 ºC te gaan wandelen. Hij wilde me niet eens aan een kaartje helpen, dus vertrouwde ik maar op een vage wandeling die we in de Lonely Planet gevonden hadden. Het liep gedeeltelijk over de oude begraafplaats behorende bij het graf van Kobo Daishi, de Okunoin. Vanaf de top van de berg hadden we een mooi uitzicht over de groene glooiende heuvels. Het was alleen vast niet de bedoeling van de route om in de achter-zen-tuin van een klooster uit te komen.

Koyasan, een aanrader als je even wilt ontsnappen uit de drukte van Tokio of Kyoto.
Ingestuurd en geschreven door: Marc Verhees. Fotografie: Shutterstock.