Vakantie.nl » Sri Lanka » De Badulla trein, een opstapeling aan indrukken

De Badulla trein, een opstapeling aan indrukken

De Badulla trein, een opstapeling aan indrukken
REISVERHAAL – Krijn: “De kortste verbinding tussen twee punten is de rechte lijn. Je zou dus een vliegtuig moeten nemen om zonder omwegen van Kandy naar Badulla in Sri Lanka te geraken. Hemelsbreed hooguit 75 kilometer, dus 10 minuutjes vliegen. Over wat je dan zou missen gaat ons verhaal.”

De spoorlijn loopt namelijk niet rechtstreeks, maar kronkelt zich om bergen en door dalen over een afstand van meer dan 125 kilometer. Er gaat maar een trein per dag. Dat kan ook niet anders want de reis duurt minimaal acht uur en rijdt om veiligheidsredenen alleen bij daglicht. Het gaat allemaal niet snel, gemiddeld zestien kilometer per uur.”

Fluiten naar de trein

Voorlopig kunnen we nog even naar de trein fluiten. Hij zou om 8.55 uur vertrekken van platform 3 in Kandy. We zijn niet de enigen die met de trein mee willen. Hele horden mensen, in allerlei kleuren en uitmonsteringen, hebben zich op het brede platform verzameld. De meeste zijn, gelet op hun bagage, inkopen wezen doen. Levende kippen, zakken of manden fruit en groente worden op het hoofd of aan de hand meegetorst.

Er staan, gezien hun huidskleur, ook wat Australiërs, Europeanen of andere westerlingen te wachten. De meeste met een rugzak of weekendtas. Maar nog steeds geen trein. Ja, er staat wel een trein op het andere spoor bij platform 2. Een ogenschijnlijk gammel gevaarte, in de bekende roestrode kleur, dat zich plotseling met veel gepiep in beweging zet. Er ontstaat nu ook beweging in (de overwegend  bruine) meute die zich meer naar de rand van het platform begeeft. Een onduidelijk figuur die zich blijkbaar als een soort reisleider wil ontpoppen roept iets eveneens onduidelijks.

Milieu vriendelijk spoor

Als ik een blik werp op de sporen tussen platform 2 en 3 zie ik dat men kennelijk nogal nonchalant met smeerolie en andere milieu vervuilende stoffen omspringt. Het zojuist door de trein verlaten spoor is zwart en glimt dof van olie en teerproducten. Onder veel gepiep en gekrijs van wielen en remmen, komt nu uit dezelfde richting waarin eerder genoemde roestbruine trein was verdwenen, een soortgelijk exemplaar aan.

De horde dringt nog meer naar voren. Uit de openstaande deuren, springen, vallen of dringen reizigers naar buiten, belemmerd door de muur van reislustige vertrekkers die allemaal tegelijk willen instappen. Het gaat om zitplaatsen, want die zijn er beduidend minder dan instappers.

Overvolle trein

De trein is in een ommezien mudvol tot in alle hoeken en gaten van de tweede en derde klasse. Eersteklas reizen kon niet naar Badulla, dus drommen we mee met de tweedeklas en veroveren zo een staanplaats midden in een coupe. We worden nieuwsgierig, maar niet onwelwillend aangestaard door onze gekleurde medereizigers.

Ontroering

Plotseling maakt de trein een schokkende beweging, er wordt zeker nog een wagon aangehaakt, met gevolg dat veel staande passagiers over elkaar rollen. Het doet er niet toe, dit hoort tot de dagelijkse reisgenoegens en brengt alleen maar meer lach op de doorgaans verre van sombere gezichten der reizigers.

Een kinderrijk gezin heeft een hoekje van de coupe, bestaande uit twee tegenover elkaar geplaatste kunstleren banken verovert. Een vluchtige telling leert me dat vader en moeder een zestal kinderen hebben mee of voortgebracht. De groten zitten met de kleintjes op schoot. De gezichtjes stralen een blijheid uit, die ik nimmer bij onze McDonalds kinderparty’s heb gezien. Het ontroert me een beetje en nu achteraf begrijp ik ook waarom. Mijn allereerste treinreis in 1945 vond in een soortgelijk treinstel onder vergelijkbare omstandigheden plaats.

Genoeg gemijmerd

Door de openstaande ramen klinkt gefluit, gevolgd door gesis en schokkend zet de overvolle trein zich in beweging. De voor ons ruim zeven uur durende treinreis is begonnen met een vertraging van een half uur.

De sinaasappelverkoper

De trein sukkelt inmiddels naar het eerste station, de Peradenya junction, waar een reeds eerder door ons bezochte schitterende botanische tuin is gevestigd. Hier stappen de mensen uit die dit tot doel van hun weekend uitstapje hebben gemaakt. Het zijn er zelfs zo veel dat er voor ons een zitplaats in zicht komt, die we na een vriendelijke wenk van een medereiziger innemen.

Een schriel bruin mannetje met en mand sinaasappels aan zijn arm komt langs om deze te verkopen, waarbij hij een scherpe kreet uitstoot, die je met enige goede wil als “oraaangs” kunt vertalen. Desgewenst snijd hij met en vlijmscherp mesje de gekochte sinaasappel in partjes en dat allemaal voor tien roepies. Gedurende de verdere reis komen nog veel meer venters met van alles langs, variërend van schijven verse mango of ananas tot kleffe rijsthapjes en gezouten pindas in een simpel tot kunstig puntzakje gerold stukje krant naar kleverige zoete katjang. Rond het middaguur verschijnen er, naast de onvermijdelijke curry’s, zelfs heuse sandwiches die in een Engelse theewinkel niet zouden misstaan.

Arm, maar waardig

Ja, good old  Engeland is hier nog altijd in vele vormen aanwezig. Hetzij in de aanduidingen op de stations of de manier waarop de schoolkinderen gekleed zijn, een meestal wit uniform. Ze reageren wat verlegen als je hen aandacht geeft, maar staan je in keurig Engels te woord als je hen iets vraagt. Hier zijn normen en waarden geen politieke kreten, maar dagelijkse praktijk.

Hoewel, zoals wij vernamen, het gemiddelde weekloon in Sri Lanka € 25,- euro bedraagt, zien de meeste mensen er toch niet armoedig of vervuild uit. Het tegendeel is eerder waar: vaak hebben zij ondanks hun verwassen maar schone kleding een waardige uitstraling. De vrouwen in hun fraaie sari’s zeker niet het minst. Ze doen qua uiterlijk en kleding zeker niet onder voor hun Europese of Australische sekse genoten in Chanel. Ook binnenin blijkt meer te huizen dan oppervlakkigheid, merkt mijn vrouw op als ze daartoe aangeklampt een wat langer gesprek aangaat met een vrouw van middelbare leeftijd. Deze blijkt de moeder te zijn van drie mooie huwbare dochters die alle drie studeren in Kandy. Naast dat ze trots is op haar gezin, is ze zoals de meeste Singalezen ook trots op haar land en kent de geschiedenis daarvan.

Station Hatton

Na veel ontelbare  bochten met idem zoveel adembenemende uitzichten op berghellingen, theeplantages beschaduwd door bomen en doorkliefd van watervallen, komen we in Hatton aan. Een niet onbelangrijk station op deze spoorlijn. Hier vandaan starten immers de al dan niet gelovige reizigers hun bedevaart naar Adams Peak. Dit is een ruim 2.200 meter hoge bergtop, waarop een voetrafdruk van Adam zou zijn achtergebleven. Wij moeten nog tientallen stationnetjes, watervallen en honderden theeplantages  aandoen of passeren voordat we op onze bestemming zijn.

Het stationnetje Nanu Oya, vlakbij de wat grotere plaats Nuwara Eliya, roept herinneringen op aan een eerder bezoek per auto van deze streek. Er heerst een zeer aangenaam klimaat op deze hoogte, ideaal voor de theecultuur die de Engelse kolonisator hier vestigde en waar veel Victoriaanse gebouwen nu nog van getuigen. Als je hier een keer hebt rondgesnuffeld, begrijp je meteen waarom de Britten nooit hun breakfast, afternoon en highteas zullen opgeven.

Een land van uitersten, armoedige lemen hutjes, haast mooi door hun sobere eenvoud, naast pompeuze tempels soms geflankeerd door een met goud bedekte Boeddha, spierwitte dagoba of honderden kitscherig aandoende andere figuren. Alles in een uitbundige rijke en grootse natuur, waarin alleen de kleine bruine mensen, aan de alom heersende reuzengroei lijken te zijn ontsnapt.

En de trein sukkelt verder, af en toe stoppend op een plaats waar geen station of platform te bekennen valt en waar de uitstappende enkeling meteen achter het gebladerte verdwijnt. Niks Intercity of flitstrein. Nee, service van deur tot deur en dat alles voor 150 roepies of anderhalf euro zo u wilt.
Ingestuurd en geschreven door: Krijn Coppoolse. Fotografie: Shutterstock.