Vakantie.nl » Thailand » Achter tralies in Thailand

Achter tralies in Thailand

Achter tralies in Thailand
REISVERHAAL - Ingrid: “Het bezoeken van een buitenlandse gevangene in een Thaise gevangenis is misschien niet waar je tijdens je vakantie snel aan denkt, maar het is zeker een bijzondere ervaring.”

Wat heeft hij gedaan? Wil hij met me praten?

Een paar jaar terug bezocht ik Pedro Ruyzing. Een Nederlander die in 1995 voor drugssmokkel tot levenslang veroordeeld was, en al jaren in een cel in Bangkok verbleef. Ik verbleef in een hostel in de buurt van Ko San Road toen mijn oog op een prikbord viel. Ik las een Nederlands tekstje met de summiere oproep om Pedro te bezoeken. Zeven jaren bevond hij zich al in Bang Kwang Prison. Het klonk als een verhaal dat ik ooit moet hebben gelezen in de Nieuwe Revu, over jongens die niet helemaal zuiver zijn. Over een moeder met krulspelen in Delfzijl die eindeloos brieven schrijft om zoonlief weer thuis te krijgen. En ik dacht na over die Nederlander in een Thaise cel. Het intrigeerde mij. Wat heeft hij gedaan? En wil hij wel met mij praten, hij kent me geeneens. Hoe lang moet ik blijven en mag ik weg als zijn verhaal mij tegenstaat? Ik besluit dat ik hem niet aardig hoef te vinden.

De poort door

Dit is mijn reis en onverwachte ontmoetingen, ver buiten mijn eigen verwachte levensloop, horen daarbij, die mag ik niet uit de weg gaan. Als ik langs de lange witte gevangenismuur loop, zijn mijn handen kleffer dan op andere Thaise dagen. De gevangenis heeft veel grond en moet voornamelijk uit laagbouw bestaan omdat boven de muur enkel wat palmbomen en uitkijktorens uitsteken.

Nadat mijn paspoort is ingenomen, wacht ik samen met voornamelijk vrouwen op plastic krukken buiten voor de gevangenis. Hun kinderen spelen vrolijk tussen de grote zakken fruit. De tas die ik voor Pedro bij mij heb, houd ik stevig vast. Ik heb wat appels en koekjes meegenomen en de Nederlandse tijdschriften Santé, Viva, Panorama. Mijn vingers draaien zich vast in de plastic handvatten. Ik zoek iets om mijn ogen op te focussen en vind het bord met het bezoekersreglement. Op dinsdag worden block 4 en 8 en death row bezocht. Ik keer mijn blik weer naar mijn schoenen. Als er iets omgeroepen wordt, staat iedereen op. We steken als groep de straat over, een poort door en langs de gebouwen lopen we naar de binnenplaats waar de Thai gescheiden worden van de buitenlanders.

Autoritaire blikken en neerslachtigheid

De vrolijkheid van goed onderhouden struiken met bloemen steekt te scherp af tegen de depressiviteit van het ijzer, van de autoritaire blik van de bewakers en de neerslachtigheid van het geheel. Tien gevangenen lopen langs met hun hoofd naar de grond gericht, met een draadje in de hand houden ze de zware kettingen aan hun voeten omhoog. Achter het hek waarvoor ik sta, ligt een betonnen goot die grenst aan de afrastering van het cellenblok. De bezoekers beginnen driftig met praten, dicht naast elkaar langs het tralies. Nu zie ik de gevangen die terugpraten. De stemmen in vele talen weerkaatsen in de goot.

Nog 33 jaar te gaan

Ik ken Pedro niet, weet niet hoe hij eruit ziet, maar als ik een lange jongensachtige man met enthousiast zoekende ogen zie, vraag ik: “Pedro? Pedro Ruyzing?” En de eerste vraag volgt zonder nadenken. “Hoe gaat het?” “Mwauh, gaat wel”, antwoordt hij luchtig. Pedro is iets in de veertig en heeft nog 33 jaar te gaan. Ooit chauffeur in Alkmaar, maar wilde een centje bijverdienen en nam een koffertje mee. Twee kilo heroïne. Het risico leek hem gering. Opgepakt, veroordeeld tot de doodstraf die omgezet is in levenslang. En Thailand is niet kinderachtig, levenslang is geen 18 jaar.

“Je zou het niet denken, maar de tijd vliegt hier”

Ik probeer mij te focussen op zijn ogen, maar heb moeite met het kijken langs de vele spijlen. We spreken door tralies, hij meer dan ik. Hij is vrolijk en opgewekt, zijn vitale ogen dansen door het sombere verhaal. Een verhaal over 9.000 mannen, 1.500 buitenlanders, het maken van alcohol uit vruchtensapjes, een vorig leven in Nederland, de dochter die hij nooit zag. Zijn ouders kwamen in 1996 op bezoek, voor het eerst en het laatst.“Tijd staat hier in een vreemd perspectief”, zegt hij, “je zou het niet denken, maar de tijd vliegt hierbinnen.” Hij vertelt over de prostituerende ladyboys, over het poepen in een hoek van de cel, mishandeling, de eeuwige honger en vunzigheid. Het leven dat hij nu deelt met criminelen, Europese pedofielen, een celgenoot die zijn moeder vermoordde en verkrachtte. De afpersing, de corruptheid van dealende bewakers. En vooral over de drugs, de junks, de dagelijkse overdosissen en aids. Ik kijk hem nog steeds aan en ben blij dat hij praat, ik ben stil. “Wat moet ik anders?”, lacht hij als reactie op mijn compliment dat hij er zo levenslustig uitziet. Ik vind hem aardig, deze domme jongen. En zijn ogen vertellen dat hij van me houdt, al is het maar voor even. Als de bel gaat, staan we op en lachen naar elkaar. Ik beloof zijn familie te bellen als ik thuiskom, want Pedro zal misschien nooit meer thuiskomen. Terwijl hij door bewakers de donkere gang ingeloodst word, blijft hij mij aankijken: “Dag, bedankt hè. Dag, dag”.

Pedro kwam in 2004 vrij na een koninklijk bezoek van Beatrix aan Thailand. Als je wilt checken wie je kunt bezoeken en op welke dag kijk dan even op www.bangkwang.net.
Ingestuurd en geschreven door: Ingrid Bijkerk. Fotografie: Ingrid Bijkerk